menu

Geschiedenis Orthodontie Fryslân

menu

Geschiedenis van de Orthodontie in Friesland
Tandarts Cornelis (Kees) Booy was in 1947 de eerste die zich in Friesland volledig heeft toegelegd op de orthodontie.
Het specialisme bestond toen nog niet in Nederland.
Hij was toen ‘tandarts uitsluitend voor orthodontie’.
Kees Booy werkte één dag in de week in Friesland met een ‘zitdag’ in een tandartsenpraktijk aan de Nieuwestad 77 te Leeuwarden.

Nieuwestad 77 te Leeuwarden, hier hield C. Booy een zitdag in een tandartspraktijk.
C. Booy behandelde in Leeuwarden uitsluitend met uitneembare apparatuur.

Toen orthodontie een specialisme werd werd Booy een van de eerste orthodontisten in Nederland, in 1953. Hij heeft ook veel bijgedragen aan de verspreiding van de kennis van vaste apparatuur in heel Europa.

Cees Booy met kinderen
Cees Booy met kinderen

Professor C. Booy heeft op 17 december 2004 de compleet vernieuwde Orthodontiepraktijk Leeuwarden officieel geopend. Hij gaf daarbij een lezing over de geschiedenis van de orthodontische zorg in Friesland.

Booy werd in 1971 lector in Groningen. Van 1980 tot 1986 was hij er hoogleraar. Professor C. Booy was de opleider van Daniël van der Meulen bij diens specialisatie tot orthodontist (1986-1990). Prof. Booy is zijn leven lang onverminderd enthousiast gebleven over dit mooie vak en had tot op hoge leeftijd een praktijk aan huis in Groningen.

De opleidingsgroep 1986-1990 met in het midden professor Cees Booy.

Voor zijn grote betekenis voor de orthodontie in Friesland is professor C. Booy op 13 januari 2006 onderscheiden met de ‘Friese Beugel’.
Deze werd hem namens de Friese Orthodontisten uitgereikt door Daniël van der Meulen tijdens een gezamenlijk diner in Joure.

Ter gelegenheid van de opening van de gerenoveerde Orthodontiepraktijk Leeuwarden schreef Booy dit stuk over de geschiedenis van de Orthodontie in Friesland:

“Wat hebt u een aardige wachtkamer”, zeiden de moeders die met de kinderen meekwamen. Zelf vond ik het maar een somber hok met een hoog raam dat uitkeek op een binnenplaatsje. Lucht was er nauwelijks te zien. 
De rode geraniums, niet in de winter natuurlijk, probeerden enige fleur aan te brengen. Nee, het waren de tekeningen die bijna tot het plafond reikten. In latere jaren ontdekten moeders hun eigen jeugdproducten nog. 
Mijn eerste patiënten waren de kinderen van de collega tandartsen; om mij te testen misschien. Orthodontie was landelijk zelfs onbekend in die dagen.

Jeannet Bijlsma, 11 jaar, maakte deze mooie tekening voor Booy.

Maandag was mijn vaste zitdag, die de Universiteit van Groningen mij voor eigen praktijk toestond. ’s Morgens vroeg met de trein, het waren toen na de oorlog andere tijden: soberder, eenvoudiger. Mijn vrouw assisteerde, op de fiets naar het station, koffertje met kaartsysteem in handdoeken achterop. 

Toen we na tien jaar een Volkswagen Kever kochten vond ik het knap ver, een uur rijden door alle dorpen. ’s Zomers niet zo erg. In Hardegarijp pikte ik weleens patiënten op. ’s Winters spannend of het niet glad zou zijn. Zo vroeg, om 6 uur, werd er nog niet gestrooid. Eenmaal belandde ik bij de Wielen in de sloot. Met bouwvakkers reed ik mee naar Leeuwarden, trok droge kleren aan van collega Van der Veen en ging aan het werk. 

Nieuwestad 77 te Leeuwarden, praktijkpand C. Booy
Nieuwestad 77 te Leeuwarden
Hier hield Booy ‘zitdag’
in de praktijk van tandarts v/d Veen.

Patiënten zou ik niet in de steek laten. Zij kwamen uit heel de provincie, ook van de eilanden. Die eilanders genoten voorrang.
(Om eerlijk te zijn moet ik bekennen dat ik één keer, toen de wachtkamer eens leeg was, de praktijk in de steek heb gelaten. Dat was op 3 februari 1954 om getuige te zijn van de legendarische finish van de Elfstedentocht. De broederlijk, schouder aan schouder groep van vijf of die winnend werden gediskwalificeerd. Goede reden?) 

De zo gezellige wachtkamer groeide vol. Kinderen uit Sneek stonden om 7 uur op de stoep, als ik aankwam. Werden ze vlug geholpen, dan konden zij de trein terug nog halen om op tijd op school te zijn. De drukte groeide. Orthodontie werd meer bekend. Ik bleef de enige in Friesland voorlopig. Het ziekenfonds bood enige restitutie; mijn tarieven waren laag. Men vroeg wel eens: “Kost het nog wat?” Een eerste consult ging voor ƒ 0,75. Er was alleen sprake van uitneembare beugels. De draden boog ik zelf, dan hoefde ik niemand iets te verwijten als het apparaatje niet goed zat.
Grote moeite had ik later om mij aan het landelijk afgesproken tarief aan te passen. Het specialisme was in 1953 officieel ingesteld. Ik bracht in het midden: “In Friesland zijn de aardappelen ook goedkoper.”. Dat werd niet begrepen. 

Kees Booy in actie

Vaste apparatuur, nu zo populair, stond toen nog in de kinderschoenen.
Alle tanden en kiezen werden daarbij nog van een apart gemaakt metalen bandje / ringetje voorzien; tijdrovend. In Leeuwarden was daar geen tijd voor. Als vaste apparatuur beslist nodig was, sprak ik af dat ik Groningen te kunnen maken. Op zaterdagmiddag haalde ik zo’n patiënt van het station. 

Aan de Polikliniek voor Orthodontie in Groningen heb ik een groot deel van mijn leven aan de ontwikkeling en verbreiding van vaste beugels gewijd. 
De eerste patiënten die zo met zo’n mond vol banden rondliepen, werden meewarig nagekeken. Zij hebben het spits af moeten bijten. 

Intussen groeide mijn wachtlijst aan tot enkele jaren. De Friezen bleken geduldig, maar het werd tijd dat ik hulp kreeg. Ik overwoog zeker om mij helemaal in Leeuwarden te vestigen, maar het werk in Groningen juist met de hierboven genoemde werkzaamheden en de internationale activiteiten boeiden mij speciaal. 

Mijn baas, Professor K.G. Bijlstra (ook een Fries natuurlijk), wilde mij voor het onderwijs behouden en stond mij een dag privé-praktijk extra toe. Dat werd de dinsdag. Ik bleef dan de nacht van maandag op dinsdag over op de Nieuwestad 45 bij mijn vrienden Carla en Max Breuning. 

Tandarts Max Breuning zijn praktijk met bovenwoning aan de Nieuwestad.
Het tweede pand van links, tegenwoordig is dit de praktijk van tandarts Peter de Haan.

Als ik ’s avonds kwam, stond er steevast een beerenburgje voor mij klaar. Ik genoot jarenlang hun weldadige gastvrijheid.
‘s Zomers aan het Pikmeer in Grou. Zo bokste ik tegen de lange lijst van wachtenden op en schreden de jaren voort, mijn Goede Jaren.

Advertentie in Leeuwarder Courant
22 december 1962

Later kwam Jan Boersma (1965) mij bij staan. Hij hield ook een zitdag in Leeuwarden. Het duurde echter nog jaren tot dat Friesland volwaardig orthodontisch verzorgd kon worden door Evert Steutel (1966), samen met Henk de Groot (1972) in Leeuwarden, A. Uildriks (1973) in Drachten, S.O. Engelsma (1978) in Sneek, mw. E.M. Groenman (1979) met een zitdag in Drachten en B. Akkerman (1982) in Heerenveen. 
Toen kon ik met een gerust hart Leeuwarden verlaten (1980).

Daniël van der Meulen (1990) kwam de Leeuwarder praktijk versterken en er kwam vanuit de Leeuwarder praktijk een vestiging in Dokkum (1991). Ook Harlingen werd verzorgd door A.P.de Ruiter (1999). 
Nu Steutel en De Groot gepensioneerd zijn, wacht Van der Meulen een kolossale taak in Leeuwarden. 

Fryslân Boppe !
Van huis uit ben ik door de Friezen mede-opgevoed. In mijn geboortedorp Krommenie waren vele notabelen van Friese afkomst; Talsma, Roersma, Houtsma, Hoekstra en Halbertsma de banketbakker.
Het was een voorrecht het vertrouwen van de Friezen te winnen en te genieten. Ik heb genoten van de Friese stiptheid en trouw. De taal ben ik niet machtig geworden, maar we verstonden elkaar heel goed.
Het waren de beste jaren van mijn leven, waaraan ik dierbare herinneringen overhield, die ik nog koester. 

Aan Daniël van der Meulen mijn beste wensen, hij is een Fries. Veel succes en werkplezier.

QUOD ERIT REGE ! 

Professor Cees Booy, orthodontist
Januari 2005, C. Booy
Interlaken, 22 mei 2009, tijdens een Europees congres,
Daniël van der Meulen en Kees Booy.
Nijmegen, 27 september 2012, tijdens een Nederlands congres,
De opleidingsgroep 1986-1990 met professor Booy in hun midden.