menu

Risico bij orthodontie

menu

Orthodontie brengt vanzelfsprekend risico’s met zich mee, net als andere tandheelkundige en medische behandelingen. Het is belangrijk dat deze bij u bekend zijn als u een behandeling laat beginnen.
Samen doen we ons best om het ongemak en de risico’s te beperken. Het belangrijkste is daarbij een goede mondhygiëne en het heel houden van de orthodontische apparatuur.
Hieronder geven we een overzicht van de bekende risico’s.

Gebit en tandvlees

  • Grotere kans op gaatjes (cariës), omdat plak rondom slotjes en draden moeilijker weg te poetsen is.
  • Witte of bruine vlekken op het glazuur (ontkalkingen) die blijvend kunnen zijn als er niet goed gepoetst wordt.
  • Ontstoken tandvlees (gingivitis): rood, gezwollen en snel bloedend tandvlees door plak en eten rond de beugel.
  • Verergering van bestaande tandvlees- of kaakbotproblemen (parodontitis), soms reden om (tijdelijk) niet te behandelen.

Wortels en tanden

  • Verkorting van de wortels (wortelresorptie): de wortelpunten van tanden en kiezen kunnen iets (circa 1 mm) korter worden tijdens de behandeling.
  • In de meeste gevallen geeft wortelverkorting geen klachten, maar bij ernstige aantasting kan de tand op lange termijn kwetsbaarder worden.
  • Zeldzaam: beschadiging van de tandzenuw, wat kan leiden tot verkleuring of noodzaak voor een wortelkanaalbehandeling. Dit komt in de regel van trauma op het gebit door een stomp of val.

Tandvlees en kaakbot

  • Terugtrekkend tandvlees bij sommige tanden, waardoor tandhalzen meer bloot komen te liggen en gevoeliger kunnen worden.
  • In uitzonderlijke situaties kan de standverandering van tanden ongunstig uitpakken bij al zwak kaakbot.

Kaakgewricht en kauwspieren

  • Soms ontstaan kaakgewrichtsklachten zoals pijn, knappen/kraken, moeite met mond openen of hoofdpijn rond kaak en oren.
  • Deze klachten kunnen samenhangen met de behandeling, maar ook toevallig in dezelfde periode optreden.

Apparatuur en ongemak

  • Schuurplekken en wondjes aan wangen, lippen en tong door beugeldelen of draden.
  • In zeer zeldzame gevallen kan een los onderdeel worden ingeslikt of in de luchtpijp terechtkomen.
  • Pijn of druk na het bijstellen van de beugel, vooral in de eerste dagen na een afspraak.

Resultaat en duur van de behandeling

  • De behandeling kan langer duren dan verwacht door breuk van apparatuur, gemiste afspraken of onvoldoende dragen van losse beugels/elastiekjes.
  • Het eindresultaat kan tegenvallen of het oorspronkelijke doel kan niet volledig worden bereikt, bijvoorbeeld door groei, weefselreactie of beperkte medewerking.
  • Na afloop kunnen tanden weer wat verschuiven (relaps), waardoor vaak een nachtbeugel of spalkje nodig blijft.